Rotterdam, zondag - Je staat met nog een paar honderd mensen op Schiphol in de rij om in te checken, ruim op tijd want je weet hoe druk het kan zijn. Komt er iemand voorbij hollen die aan de voorste beveiliger vraagt: 'Goedemorgen mevrouw, vindt u het erg als ik voor ga? Anders mis ik mijn vlucht!'
De beveiliger: 'Dat kan niet meneer.'
'Maar dan mis ik mijn vlucht!'
'Daar kan ik niets aan doen meneer.'
Gerechtigheid, denken de mensen die netjes in de rij hun beurt afwachten. Die druktemaker moet de vlucht van tien voor negen naar Parijs hebben, waarom komt hij dan pas om half negen aanzetten?
Bij een andere rij met tientallen wachtenden probeert hij het nog eens. Deze beveiliger aarzelt. De voordringer gooit wat hij noemt zijn laatste troef op tafel. Hij is van de Volkskrant! En het werkt nog ook!
'Waar gebeurd' - zo begint het stuk in de krant van gisteren.
Genoeg om je abonnement op de Volkskrant op te zeggen, wat mij betreft.
En we zeggen voortaan allemaal dat we van de Volkskrant zijn.
Monday, March 16, 2009
De Volkskranttroef
Friday, June 27, 2008
Nieuw fenomeen in de letteren
Algemeen Dagblad, 1994
Arnon Grunberg: Blauwe maandagen. Roman. 271 blz. Nijgh & Van Ditmar, ƒ 34,90.
door FRANK VAN DIJL
Het ziet er naar uit dat we een nieuw fenomeen hebben in de Nederlandse letteren. Zijn naam is Arnon Grunberg, hij is 23 jaar oud, hij paart de laconieke humor van de jongere Herman Brusselmans aan de drankzucht van Charles Bukowski en met beide schrijvers heeft hij een haast verterende voorliefde voor vrouwen gemeen.
Zijn officiële debuut heet Blauwe maandagen. Die titel past ook op het curriculum vitae van de schrijver - als 17-jarige van het Amsterdamse Vossius Gymnasium verwijderd als sociaal element, baantje in een apotheek, vervolgens bij een uitgeverij van adresboeken, afwasser, uitgever, kamerjongen - te meer daar cv en roman naadloos lijken samen te vallen.
De ik-figuur heet Arnon Grunberg, wordt van school getrapt, werkt een blauwe maandag bij een apotheek, is jongste bediende op een uitgeverskantoor etc. Tot en met het 'kamerjongen' klopt het. Kamerjongen? Arnon laat zich inschrijven bij een escortbureau om dames aan huis te gerieven. Met het wachten op de eerste opdracht van het bureau eindigt het boek.
Eén element uit het leven van Arnon Grunberg ontbreekt in de roman: het schrijverschap. Al op zijn achttiende speelde Toneelgroep Amsterdam zijn eenakter Koningen frambozenrood, en in 1992 verstrekte hetzelfde gezelschap hem een schrijfopdracht. Over een affaire met een filmactrice schrijft hij een boekje dat in eigen beheer verschijnt. Hij schrijft columns in Boekblad en een monoloog voor Barbara Duijfjes, en hij maakt interviews voor de VPRO-radio.
Maar voor succes was geen plaats in de schelmenroman die Grunberg kennelijk wilde schrijven. De Arnon in het boek is een post-postmoderne nihilist, de archetypische vertegenwoordiger van 'Generatie X', de generatie die wél de genotzucht van haar voortbrengers heeft geërfd maar niet de idealen. Werken doe je voor het geld want geld heb je nodig voor drank en vrouwen, en deze redenering consequent volgend word je vanzelf 'kamerjongen': dat heet het nuttige met het aangename verenigen. Hoewel aangenaam: Arnon heeft er meteen spijt van als hij opgeeft dat hij vrouwen tot zeventig jaar wil behagen. 'Ik had veertig moeten zeggen, maar ik kon nu niet meer terug.'
Blauwe maandagen is óók een familieroman. Arnon groeit op in een joods gezin waarvan eigenlijk alleen de moeder waarde hecht aan de joodse tradities. 'Voor mijn vader was mijn bar mitswa een nog grotere kwelling dan voor mij.' De vader was postzegelhandelaar, 'in ieder geval dat dachten mijn moeder en ik', en hij wilde er nog wel eens tussenuit knijpen om stiekem een Hema-worst te kopen. Een oudere zus woont in Israël. In het eerste hoofdstuk van het boek wordt de vader ten grave gedragen, maar door het boek heen blijft hij, in herinneringen en flashbacks, een rol spelen, soms in hilarische scènes.
Sporen van vertroeteling door de moeder zijn in de roman ruimschoots te vinden. Zo kan de kleine Arnon zich op het consultatiebureau nog niet zelf aankleden omdat zijn moeder dat altijd doet. Misschien dat hieruit het rusteloze en vergeefse zoeken naar liefde kan worden verklaard. Arnon bezoekt bordelen en bestelt escortmeisjes aan huis, maar nooit wordt zijn verlangen naar het droommeisje vervuld.
De schrijver Arnon Grunberg heeft zeker oog voor het groteske. Hij schrijft op een bij die belangstelling passende manier: alsof je als lezer naast hem zit, ongetwijfeld aan de bar achter een glaasje van het een of ander, en hij zijn verhaal alleen aan jou vertelt. Zinnen eindigen met 'of zo' en herhalingen versterken de indruk van een zekere naïeve spontaniteit: 'Ik wilde even gaan liggen. Ik wilde zo verschrikkelijk graag even gaan liggen.'
De constructie van het boek is echter allerminst naïef. Hier is gewoon een goeie schrijver aan het woord die in zijn eerste roman dichtbij zijn eigen geschiedenis is gebleven, en die uit die persoonlijke geschiedenis alleen dát heeft gebruikt wat hem in zijn kraam te pas kwam. Dat is toch wat schrijven is?
In werkelijkheid zal Arnon Grunberg heus wel een schelm zijn, maar een schlemiel zoals de roman-Arnon? Nee, dat kán niet waar zijn, alleen al vanwege het simpele feit dat deze roman bestáát.
Arnon Grunberg: Blauwe maandagen. Roman. 271 blz. Nijgh & Van Ditmar, ƒ 34,90.
door FRANK VAN DIJL
Het ziet er naar uit dat we een nieuw fenomeen hebben in de Nederlandse letteren. Zijn naam is Arnon Grunberg, hij is 23 jaar oud, hij paart de laconieke humor van de jongere Herman Brusselmans aan de drankzucht van Charles Bukowski en met beide schrijvers heeft hij een haast verterende voorliefde voor vrouwen gemeen.
Zijn officiële debuut heet Blauwe maandagen. Die titel past ook op het curriculum vitae van de schrijver - als 17-jarige van het Amsterdamse Vossius Gymnasium verwijderd als sociaal element, baantje in een apotheek, vervolgens bij een uitgeverij van adresboeken, afwasser, uitgever, kamerjongen - te meer daar cv en roman naadloos lijken samen te vallen.
De ik-figuur heet Arnon Grunberg, wordt van school getrapt, werkt een blauwe maandag bij een apotheek, is jongste bediende op een uitgeverskantoor etc. Tot en met het 'kamerjongen' klopt het. Kamerjongen? Arnon laat zich inschrijven bij een escortbureau om dames aan huis te gerieven. Met het wachten op de eerste opdracht van het bureau eindigt het boek.
Eén element uit het leven van Arnon Grunberg ontbreekt in de roman: het schrijverschap. Al op zijn achttiende speelde Toneelgroep Amsterdam zijn eenakter Koningen frambozenrood, en in 1992 verstrekte hetzelfde gezelschap hem een schrijfopdracht. Over een affaire met een filmactrice schrijft hij een boekje dat in eigen beheer verschijnt. Hij schrijft columns in Boekblad en een monoloog voor Barbara Duijfjes, en hij maakt interviews voor de VPRO-radio.
Maar voor succes was geen plaats in de schelmenroman die Grunberg kennelijk wilde schrijven. De Arnon in het boek is een post-postmoderne nihilist, de archetypische vertegenwoordiger van 'Generatie X', de generatie die wél de genotzucht van haar voortbrengers heeft geërfd maar niet de idealen. Werken doe je voor het geld want geld heb je nodig voor drank en vrouwen, en deze redenering consequent volgend word je vanzelf 'kamerjongen': dat heet het nuttige met het aangename verenigen. Hoewel aangenaam: Arnon heeft er meteen spijt van als hij opgeeft dat hij vrouwen tot zeventig jaar wil behagen. 'Ik had veertig moeten zeggen, maar ik kon nu niet meer terug.'
Blauwe maandagen is óók een familieroman. Arnon groeit op in een joods gezin waarvan eigenlijk alleen de moeder waarde hecht aan de joodse tradities. 'Voor mijn vader was mijn bar mitswa een nog grotere kwelling dan voor mij.' De vader was postzegelhandelaar, 'in ieder geval dat dachten mijn moeder en ik', en hij wilde er nog wel eens tussenuit knijpen om stiekem een Hema-worst te kopen. Een oudere zus woont in Israël. In het eerste hoofdstuk van het boek wordt de vader ten grave gedragen, maar door het boek heen blijft hij, in herinneringen en flashbacks, een rol spelen, soms in hilarische scènes.
Sporen van vertroeteling door de moeder zijn in de roman ruimschoots te vinden. Zo kan de kleine Arnon zich op het consultatiebureau nog niet zelf aankleden omdat zijn moeder dat altijd doet. Misschien dat hieruit het rusteloze en vergeefse zoeken naar liefde kan worden verklaard. Arnon bezoekt bordelen en bestelt escortmeisjes aan huis, maar nooit wordt zijn verlangen naar het droommeisje vervuld.
De schrijver Arnon Grunberg heeft zeker oog voor het groteske. Hij schrijft op een bij die belangstelling passende manier: alsof je als lezer naast hem zit, ongetwijfeld aan de bar achter een glaasje van het een of ander, en hij zijn verhaal alleen aan jou vertelt. Zinnen eindigen met 'of zo' en herhalingen versterken de indruk van een zekere naïeve spontaniteit: 'Ik wilde even gaan liggen. Ik wilde zo verschrikkelijk graag even gaan liggen.'
De constructie van het boek is echter allerminst naïef. Hier is gewoon een goeie schrijver aan het woord die in zijn eerste roman dichtbij zijn eigen geschiedenis is gebleven, en die uit die persoonlijke geschiedenis alleen dát heeft gebruikt wat hem in zijn kraam te pas kwam. Dat is toch wat schrijven is?
In werkelijkheid zal Arnon Grunberg heus wel een schelm zijn, maar een schlemiel zoals de roman-Arnon? Nee, dat kán niet waar zijn, alleen al vanwege het simpele feit dat deze roman bestáát.
Wednesday, February 06, 2008
Tuesday, May 29, 2007
Wednesday, May 02, 2007
Into Canada

Maarten Laupman en Rob Daniels hebben de afstand van Brownsville aan de grens tussen Texas en Mexico naar Arthur dat net over de grens met North Dakota in Canada ligt in ruim twee weken afgelegd. Hun foto's en verhalen zullen binnenkort een kloek boek vullen. Exclusief in Het Vrije Volk nu al de mooiste plaatjes.
Hierboven de laatste strekkende mijlen van Highway 83 op het grondgebied van de Verenigde Staten. Foto hieronder: de schuur van boer Nieuwsma wiens voorouders uit Friesland naar South Dakota kwamen.


Zo golft Highway 83 door het landschap van North Dakota, hier in de richting van Max. Om zo'n 290 kilometer over de Canadese grens te eindigen bij Swan River in de provincie Manitoba:

Thursday, April 26, 2007
Cody legde meeste bizons om
Maarten Laupman en Rob Daniels hebben inmiddels Texas allang achter zich. Ze volgen Highway 83 naar het noorden en passeerden Oklahoma, Kansas en Nebraska.
Monument Rocks

Kansas is zo plat als een dubbeltje. Maar af en toe zit er een diepe scheur in het landschap. Een kilometer of twintig ten noorden van Scott City, volgen we een zandpad dat in zo’n canyon afdaalt naar deze kalkstenen natuurmonumenten. Kansas’ eigenste Death Valley, Monument Rocks.
Clutter Family

Net buiten Holcomb, een voorstadje van Garden City, staat dit houten huis, waar zich in 1959 een drama afspeelde dat Truman Capote aanzette tot het schrijven van In Cold Blood. De Clutter Family werd in deze afgelegen woning op gruwelijke wijze afgeslacht door Perry Smith en Dick Hickok.
A hard rain’s a-gonna fall
Na tien dagen schitterend weer met staalblauwe luchten en frisse wolkenpartijen is het gedaan met de pret. Vanaf de grens van Kansas met Nebraska is het grijs, grijs, grijs. A hard rain is falling.
Frank Lloyd Wright
De veelbezongen architect Frank Lloyd Wright bouwde maar één huis in de staat Nebraska: 602 G. Norris Avenue in Mc Cook.
Buffalo Bill
In 1868 vond ten westen van onze stopplaats Oakley een wedstrijdje bizon knallen plaats tussen William F. Cody en William Comstock, twee jagers die allebei vlees leverden aan Fort Wallace. De inzet? Wie mag de naam Buffalo Bill dragen (bizon=buffalo)? De wedstrijd? Wie legt in een dag tijd de meeste bizons om? Het werd 69 - 46, in het voordeel van Cody.
Monument Rocks

Kansas is zo plat als een dubbeltje. Maar af en toe zit er een diepe scheur in het landschap. Een kilometer of twintig ten noorden van Scott City, volgen we een zandpad dat in zo’n canyon afdaalt naar deze kalkstenen natuurmonumenten. Kansas’ eigenste Death Valley, Monument Rocks.
Clutter Family

Net buiten Holcomb, een voorstadje van Garden City, staat dit houten huis, waar zich in 1959 een drama afspeelde dat Truman Capote aanzette tot het schrijven van In Cold Blood. De Clutter Family werd in deze afgelegen woning op gruwelijke wijze afgeslacht door Perry Smith en Dick Hickok.
A hard rain’s a-gonna fall
Na tien dagen schitterend weer met staalblauwe luchten en frisse wolkenpartijen is het gedaan met de pret. Vanaf de grens van Kansas met Nebraska is het grijs, grijs, grijs. A hard rain is falling.Frank Lloyd Wright
De veelbezongen architect Frank Lloyd Wright bouwde maar één huis in de staat Nebraska: 602 G. Norris Avenue in Mc Cook.Buffalo Bill
In 1868 vond ten westen van onze stopplaats Oakley een wedstrijdje bizon knallen plaats tussen William F. Cody en William Comstock, twee jagers die allebei vlees leverden aan Fort Wallace. De inzet? Wie mag de naam Buffalo Bill dragen (bizon=buffalo)? De wedstrijd? Wie legt in een dag tijd de meeste bizons om? Het werd 69 - 46, in het voordeel van Cody.
Wednesday, April 25, 2007
Friday, April 20, 2007
Highway 83 cont'd
Mijn vriend Maarten Laupman en zijn vriend Rob Daniels reizen langs Highway 83 van Texas naar het noorden. Voor Het Vrije Volk doen zij verslag van wat zij onderweg tegenkomen.
Freddy 'Guitar' Fender
Texas is zijn helden dankbaar. Neem nou Freddy Fender, die onder meer in de Texas Tornados speelde. Als dank voor zijn bijdrage aan de latin countrymusic is de watertoren van San Benito met zijn portret opgepimpt. Zijn geboortedorp vergeeft hem daarmee ruimhartig een jeugdzonde, het roken van een stickie (en het in bezit hebben van marihuana), waarvoor hij in de jaren zestig werd veroordeeld tot vijf jaar in Angola State Prison, de schrikgevangenis in Louisiana.
Thanks for helpin’ us out
Als wij onze Chevrolet Impala voor Willie’s BarB-Q parkeren komen zij net het restaurant uit, vader en zoon Gonzales, op weg naar de markt. Ze grijnzen ons tegemoet en het is meteen van where you guys from? Holland zegt ze niks, The Netherlands doet het al beter. Great you guys helped us out there in Iraq. Thank you sir. Verder houden we wijselijk de mond. Maar de liefde voor de familie zit dieper dan die voor the American flag. Een neefje Gonzales zat in de unit die het paleis van Saddam bestormde. He’s back now, but soon we gotta bring the rest of the boys back home too.

Now where the f*** is 83?
Vanaf Roma tot aan Brownsville wordt volop gewerkt aan route 83, de weg die wij van de Mexicaanse tot over de Canadese grens willen volgen en waarvan we elke mijl willen hebben gereden. Wordt lastig als je ineens uit twee routes kunt kiezen, die allebei 83 heten. De oude tweebaansweg, de business 83, die parallel loopt aan de nieuwe, wordt soms voor een stukje toch over de vierbaans met fly-overs geleid. Zo missen we bij McAllen toch ineens een stukje van de oude weg.
McAlllen
Het keurigste stadje dat we tot nu toe hebben aangedaan is McAllen, ten noorden van de 83. Elk tuintje tot in de verste uithoek aangeharkt. Je zou bijna denken dat er een kolonie Engelsen uit Kent is neergestreken. En daartussenin dan ineens dit groene huis.

Engelenhaar
Santa Ana Wild Life Refuge is een van de vele natuurgebieden langs de Rio Grande. Uitbundig bloeiende cactussen, knaloranje en felrode bloemen, bomen waar een mossige parasiet als een waterval van groen engelenhaar doorheen valt (Spaans mos?), dwergeiken en allerlei stekelig struikgewas waar alleen de chacalaca zijn weg weet te vinden. Dat fazantachtige beest hebben we vrij snel in het snotje, waarmee we de eerste van een lange rij gevederde zeldzaamheden kunnen wegstrepen. We turven er nog heel wat. De groene gaai, ijsvogels bijna twee keer zo groot als die bij ons, de voortdurend zijn naam krijsende great kiskadee, de Altamira wielewaal en de buff bellied hummingbird.
Texas is zijn helden dankbaar. Neem nou Freddy Fender, die onder meer in de Texas Tornados speelde. Als dank voor zijn bijdrage aan de latin countrymusic is de watertoren van San Benito met zijn portret opgepimpt. Zijn geboortedorp vergeeft hem daarmee ruimhartig een jeugdzonde, het roken van een stickie (en het in bezit hebben van marihuana), waarvoor hij in de jaren zestig werd veroordeeld tot vijf jaar in Angola State Prison, de schrikgevangenis in Louisiana.
Als wij onze Chevrolet Impala voor Willie’s BarB-Q parkeren komen zij net het restaurant uit, vader en zoon Gonzales, op weg naar de markt. Ze grijnzen ons tegemoet en het is meteen van where you guys from? Holland zegt ze niks, The Netherlands doet het al beter. Great you guys helped us out there in Iraq. Thank you sir. Verder houden we wijselijk de mond. Maar de liefde voor de familie zit dieper dan die voor the American flag. Een neefje Gonzales zat in de unit die het paleis van Saddam bestormde. He’s back now, but soon we gotta bring the rest of the boys back home too.
The lone star
Texas is de staat van the lone star. Die ster refereert niet alleen refereert aan de sheriff die het in z’n eentje opneemt tegen een bunch of bad guys, maar ook aan de vlag van de staat. Texas is de enige staat die zijn vlag van officiële gebouwen mag laten wapperen naast de star spangled banner.
Now where the f*** is 83?
Vanaf Roma tot aan Brownsville wordt volop gewerkt aan route 83, de weg die wij van de Mexicaanse tot over de Canadese grens willen volgen en waarvan we elke mijl willen hebben gereden. Wordt lastig als je ineens uit twee routes kunt kiezen, die allebei 83 heten. De oude tweebaansweg, de business 83, die parallel loopt aan de nieuwe, wordt soms voor een stukje toch over de vierbaans met fly-overs geleid. Zo missen we bij McAllen toch ineens een stukje van de oude weg.
McAlllen
Het keurigste stadje dat we tot nu toe hebben aangedaan is McAllen, ten noorden van de 83. Elk tuintje tot in de verste uithoek aangeharkt. Je zou bijna denken dat er een kolonie Engelsen uit Kent is neergestreken. En daartussenin dan ineens dit groene huis.
Engelenhaar
Tuesday, April 17, 2007
Highway 83 revisited
Houston, we’ve got a problem
De marechaussee bij de paspoortcontrole op Schiphol kijkt me aan of ik hem het identiteitsbewijs van Osama Bin Laden in de handen heb gestopt. Achterdocht staat met kapitalen op zijn gezicht geschreven. Zweetdruppels verzamelen zich op zijn voorhoofd. Zijn hand zweeft even boven de alarmknop, maar hij bedenkt zich. Roept u die man even terug. Ik gil naar Maarten, die net voor mij door de controle is gegaan: hé, terugkomen.
Reizen jullie samen? Wat is dit, een grap? Waarom hebben jullie van paspoort gewisseld?
Ai, foutje Niet gekeken wie welk paspoort terugkreeg van het meisje aan de incheckbalie. Beetje onhandig in een tijd dat je nog geen flesje neusdruppels door de bagagecontrole heen krijgt, dat Schiphol volstaat met mannen met automatische wapens die in elk opoetje een terrorist vermoeden. Ook niet echt slim van marechausseetje om Maarten voor mij aan te zien en hem door te laten. Wat heb je aan zo’n vent? Wat zou ie doen als hij nummer 3 of 4 van Al Qaida voor zich kreeg? Echt op elkaar lijken doen Maarten en ik niet. Gelukkig realiseert het kereltje zich dat deze affaire ook voor hem een vervelend staartje kan krijgen als ie nu fuss gaat maken. Het opgezwollen borstje blurpt leeg. Met een arrogant hoofdknikje jaagt ie ons de vertrekhal in. Zo kunnen we toch nog op tijd vertrekken.
Op tijd aankomen in Houston zit er helaas niet in. Aansluitende vlucht naar Harlingen is weg. Dus mogen we onze eerste fast foodmaaltijd eten op Airport George Bush (die van de eerste Golfoorlog). Met cadeaubonnen van Continental Airlines. Terwijl we op het videoscherm in het restaurant kunnen zien hoe PSV door Liverpool wordt ingemaakt. T wordt nog laat voordat we kunnen inchecken in Super 8 Motel. Eerst nog even naar de H.E.B. supermarkt om wat Budjes en iets uit de chipszuil in te slaan. Boven het motel de manende vinger van onze lieve heer zelf. Have you read my number 1 bestseller? There will be a test! Afzender God. Sorry Lord, nu even niet.
Rond t middaguur nemen we de voetgangersbrug over de Rio Grande naar Mexico. Alleen om er even geweest te zijn. Heen 60 dollarcent, terug 30. Heen gaat gemakkelijk. Terug sta je een half uur in de rij tussen honderden Mexicanen die gaan Blokkeren in de drukke winkelstraatjes van Brownsville, waar alle shops zo’n beetje hetzelfde verkopen. Matamores centrum is nog drie kilometer van de rivier verwijderd, maar de buitenwijk bij de grens blijkt een zielige verzameling souvenirshops, drankwinkels en praktijken van dentistas en plastisch chirurgen. En volop tourist guides. You want to make a tour? You want a taxi? You wanna visit the cathedral? Buy some tequila? No we don’t. Ok, then may be you wanna meet some nice senoritas, yes? Who, us?
The hunt for the green jay
In de middag door naar Boa Chic, gelegen in het ruige lege land tussen Brownsville en de zee. Een schraal landschap. Veel bloeiende cactussen, laag struikgewas, tegen de wind in leunende palmen, kreken met brak water, vlakten die wit zijn uitgeslagen van het zout. Plasjes met steltlopertjes. Overal jagende gieren: turken cultures en black vultures. We rijden langs een inham van 20 kilometer die onder meer beschutting biedt aan de garnalenvloot van Brownsville. Op het smalle strand word je gezandstraald. We gaan terug. Een visarend met een enorme vis in zijn poten schiet laag over de auto, landt aan de overkant van de weg en scheurt zij prooi in tweeën. Even verder een plasje waarin we de driekleurige reiger ontdekken, die als ie op vissen jaagt zijn vleugels zo mooi boven de kop kan samenvouwen tot een paraplu. We zien de reddish egret (type zilverreiger) en een vlucht koereigers. Later op de dag komen we een groep Engelse vogelaars tegen. Ze zijn drie dagen geleden op Houston geland en hebben in de tussentijd 206 vogelsoorten geturfd. Ze zijn niet ontevreden, maar vooral benieuwd naar de zeldzame green jay, die uitsluitend in Mexico en in de delta van de Rio Grande voorkomt. En als het kan willen ze dan ook graag de chachalaca zien, en oh ja, de Great Kiskadee, en…. Vogelaars kunnen erg veeleisend zijn.
In Boa Chic, een nederzetting van zo’n dertig huizen, oorspronkelijk opgezet als een project voor Polen uit Chicago, treffen we John Wlodarczyk, wiens ouders in 1950 de stap van Illinois naar het subtropische deel van Texas waagden. John ging mee en mislukte jammerlijk in dit deel van Texas omdat ie geen woord Spaans sprak. Vond toch nog werk, werd uitgezonden, eerst een jaar naar Denver en later een jaar naar San Francisco en zag in die tijd zijn huwelijk op de klippen lopen. Run rabbit run. Hij rommelt nu wat aan. Een typisch Amerikaans verhaal. Is nu een weekend met dochter Janae aan het kamperen in het vervallen huis van zijn inmiddels overleden ouders in het project dat nooit echt van de grond is gekomen. Verbouwen of verkopen? John twijfelt, zoals ie misschien wel altijd over alles getwijfeld heeft. Evenzogoed, John is een echte nice guy, open als een boek, goedlachs en vriendelijk.
Later langs de andere kant van de inham nog naar Padre Island. Aan een baaitje ontmoeten we het meisje van wie Maarten in de ochtend een zonnebril heeft gekocht, type lone star sheriff, voor de somma van 1 dollar 19 cts. Nu staat ze te vissen op zeebaars. Hele familie erbij. Ontzettend aardige mensen. Maar ja, wie niet hier. Het woord wantrouwen lijkt hier nog te moeten worden uitgevonden. Padre Island blijkt een over the top, onpersoonlijk toeristencentrum, waar ook nog eens heel Harley-rijdend Texas zich heeft verzameld. Hombre, let’s get the hell out of here.
Subscribe to:
Posts (Atom)



